Gratis-Examenroutes.be
Terug naar blogs

Gewestwegen en buiten de bebouwde kom rijden op je rijexamen

· 5 min leestijd

Veel examenroutes lopen over een gewestweg met hogere snelheid. Zo pas je je snelheid aan, houd je afstand en rijd je rustig door.

Wagen rijdt over een gewestweg buiten het drukke stadscentrum

Een deel van de examenroutes loopt over een gewestweg: een grotere weg met een N-nummer waar het verkeer sneller rijdt dan in de straten rond het examencentrum. Voor veel kandidaten is dat even wennen. De snelheid ligt hoger, de afstanden worden groter en fouten zijn minder snel recht te zetten. Met een beetje voorbereiding is het eigenlijk een rustig onderdeel van het examen.

Wat is een gewestweg?

Een gewestweg is een weg die door het gewest wordt beheerd, niet door de gemeente. Je herkent ze aan een N-nummer, bijvoorbeeld N9 of N80. Het zijn vaak de verbindingen tussen gemeenten, met meer en sneller verkeer dan in een woonwijk. Op de routepagina's op deze site staan de gewestwegen van elke route in de lijst met aandachtspunten.

Welke snelheid mag je rijden?

Dat hangt af van de borden. Binnen de bebouwde kom geldt meestal 50 km/u, tenzij een bord anders aangeeft. Buiten de bebouwde kom verschilt het per gewest en per weg: op veel wegen in Vlaanderen is 70 km/u de regel, in Wallonië ligt de grens vaak op 90 km/u. Verlaat je op een gewestweg de bebouwde kom, dan zie je dat aan een bord, en daar kan een andere snelheid beginnen.

Reken dus nooit op wat je gewend bent. Kijk naar de borden, ook al ken je de weg. Een snelheidslimiet kan veranderen zonder dat je het verwacht.

Het einde van de bebouwde kom

Het bord dat het einde van de bebouwde kom aangeeft, is een moment waarop veel kandidaten een fout maken. Ze versnellen al voor het bord, of net niet meer en rijden daarna veel te traag. Beide vallen op. Rij tot aan het bord met de snelheid die er geldt en pas daarna je snelheid aan, rustig en gelijkmatig.

Wie net ervoor al gas geeft om vlot te lijken, riskeert een te hoge snelheid in de bebouwde kom. Wie na het bord blijft sukkelen, hindert het verkeer achter zich en lijkt onzeker.

Houd voldoende afstand

Op hogere snelheden heb je meer afstand nodig. Een bruikbare vuistregel: minstens twee seconden achter de wagen voor je. Kies een vast punt langs de weg, zoals een paal. Zodra de wagen voor je erlangs rijdt, tel je rustig tot twee. Ben je eerder bij die paal, dan zit je te dicht.

Bij regen of slecht zicht verdubbel je die afstand. Een examinator let daar veel op, omdat te weinig afstand houden een van de meest voorkomende oorzaken van ongevallen is.

Voorrang op gewestwegen

Veel gewestwegen hebben voorrang op de zijstraten. Je herkent dat aan het voorrangsbord, een gele ruit met een witte rand, en aan de driehoeken of stopborden bij de zijstraten. Rijd je zelf op de voorrangsweg, dan blijf je alert: een zijstraat betekent dat er iemand kan binnenrijden, ook al heeft die geen voorrang.

Kom je zelf uit een zijstraat, dan geef je voorrang en wacht je op een voldoende grote opening. Schat de snelheid van het verkeer niet te laag in. Een wagen die ver weg lijkt, is op een gewestweg sneller bij je dan je denkt.

Linksaf slaan van een gewestweg

Linksaf van een drukke weg is een lastig moment. Sorteer tijdig voor, geef richting aan en laat tegenliggers eerst voorbij. Sta je stil om af te slaan, dan zorg je ervoor dat wagens achter je veilig kunnen passeren of op tijd kunnen stoppen. Kijk in je spiegels en wees niet bang om te wachten: een examinator verkiest geduld boven een gewaagde manoeuvre. Lees ook ons artikel over linksaf slaan voor meer uitleg over het voorsorteren en de bocht zelf.

Fietsers langs de weg

Op sommige gewestwegen rijden fietsers op een fietspad naast de weg, op andere op de rijbaan zelf. Geef een fietser altijd ruim de ruimte wanneer je hem voorbijrijdt, en pas je snelheid aan. Ook bij een fietspad naast de weg moet je opletten voor fietsers die plots de weg oversteken of van een inrit komen.

Het gaat niet alleen om afstand. Wie snel en dichtbij voorbijrijdt, veroorzaakt een luchtverplaatsing die een fietser doet wankelen. Neem dus meer tijd en meer ruimte dan je denkt nodig te hebben.

Voorbijsteken

Op een examenroute is voorbijsteken zelden nodig. Voor je het overweegt, vraag je jezelf af of het echt nodig is. Een traag voertuig, zoals een tractor, kan een reden zijn, maar enkel als het veilig, overzichtelijk en toegelaten is. Een examinator geeft er meestal de voorkeur aan dat je geduldig achter het voertuig blijft rijden en je afstand bewaart.

Doe het alleen wanneer je een lang, vrij stuk weg ziet en niemand je tegemoetkomt. Twijfel je? Dan doe je het niet.

Op- en afritten

Sommige routes gebruiken een oprit naar een grotere weg. Kijk wat de voorrangsregeling is, versnel op de invoegstrook tot je snelheid bij die van het verkeer past en voeg pas in wanneer er een gat is. Verlaat je de weg weer, dan begin je tijdig te remmen op de uitrit en niet al op de hoofdweg. Meer uitleg over invoegen vind je in ons artikel over invoegen en van rijstrook wisselen.

Traag verkeer onderweg

Buiten de stad kom je al eens een tractor, een vrachtwagen of een fietser tegen die trager rijdt dan de rest. Blijf rustig. Je hoeft er niet meteen voorbij, en zeker niet als de weg niet overzichtelijk is. Laat wat meer afstand komen en kijk in je spiegels, want achter jou bouwt zich misschien al een kleine rij op. Een goede bestuurder blijft dan kalm en kiest zijn moment.

Waar de examinator op let

Het gaat niet om de hoogste snelheid, wel om een stabiele en logische. Een examinator wil zien dat je de borden leest, dat je op tijd je voet van het gas haalt, dat je afstand houdt en dat je regelmatig in je spiegels kijkt. Rijd je op een gewestweg zoals je ook in de stad zou rijden, maar dan iets sneller, dan zit je goed.

Zo oefen je het

Rij met je begeleider op verschillende gewestwegen, bij voorkeur op verschillende momenten. Een rustige weg op zondagochtend voelt heel anders dan dezelfde weg tijdens de spits. Let samen op drie dingen: of je de snelheid tijdig aanpast aan de borden, of je volgafstand genoeg is en of je zijstraten blijft scannen.

Kijk ook naar de oefenroutes bij je examencentrum. Daar zie je meteen welke gewestwegen er op de route liggen, zodat je ze op voorhand kunt leren kennen en geen verrassing krijgt op de dag zelf.

Meer artikelen