De beste voorbereiding voor je rijexamen
Gratis-Examenroutes.be
← Terug naar blogs

Rijden bij regen, mist en tegenlicht: examentips

· 5 min leestijd · Thomas Wolten

Je kiest de examendag niet, en dus ook het weer niet. Zo pas je je rijstijl aan bij nat wegdek, beperkt zicht en laagstaande zon.

Auto rijdt bij regen en slecht zicht
In dit artikel
  1. Regen en nat wegdek
  2. Aquaplaning: wat doe je?
  3. Je zicht verzorgen
  4. Beslagen ruiten
  5. Mist
  6. Laagstaande zon en tegenlicht
  7. In het donker
  8. Regen in de stad
  9. Wat de examinator wil zien
  10. Een korte checklist
  11. Oefenen onder moeilijke omstandigheden
  12. Wat als het examen wordt verplaatst?
  13. Het verschil tussen remmen op droog en nat wegdek
  14. Wat je anders doet bij het afslaan en aanzetten
  15. Een rustige rit als oefening

Je kunt je examendag niet kiezen, dus ook het weer niet. Regen, mist of een laagstaande zon maken rijden lastiger, en de examinator verwacht dat je je daaraan aanpast. Dat betekent niet dat je het zwaarder krijgt, wel dat je anders moet kijken en rijden.

Regen en nat wegdek

Op een nat wegdek is je remweg langer. Houd daarom duidelijk meer afstand tot de wagen voor je dan normaal. Begin vroeger met remmen en doe dat gelijkmatig: hard remmen op een nat wegdek vergroot het risico op wegglijden. Ook in bochten rij je trager, zodat je grip niet verloren gaat.

Let daarnaast op plassen en wegmarkeringen. Plassen kunnen aquaplaning veroorzaken, waarbij je banden het contact met het wegdek verliezen en je de controle kwijtraakt. Witte markeringen en tramsporen zijn bij regen bovendien vaak glad.

Aquaplaning: wat doe je?

Je merkt het doordat het stuur plots licht aanvoelt of de wagen lijkt te drijven. Blijf kalm. Haal je voet van het gas en rem niet bruusk. Houd het stuur recht en maak geen plotse bewegingen. Wacht tot je weer grip voelt en rem pas daarna voorzichtig. Het beste is natuurlijk aquaplaning te vermijden door je snelheid aan te passen bij hevige regen, plassen te mijden en je banden in goede staat te houden.

Je zicht verzorgen

Zet je ruitenwissers op de juiste snelheid en gebruik verwarming of airco om je ruiten helder te houden. Controleer of je spiegels niet beslagen zijn en zet je dimlicht aan als het zicht beperkt is. Doe dit alles voor je vertrekt: onder tijdsdruk een knop zoeken tijdens het rijden is een gevaarlijke afleiding.

Een goede voorbereiding begint trouwens bij je wagen. Controleer regelmatig of je ruitenwissers geen strepen achterlaten, of je banden voldoende profiel hebben en correct opgepompt zijn, of je verlichting werkt en of je ruiten schoon zijn, ook aan de binnenkant.

Beslagen ruiten

Beslagen ruiten zijn zeker een probleem wanneer je met meerdere personen in de wagen zit. Zet de ventilatie en eventueel de airco aan, richt de luchtstroom op de voorruit en open indien nodig een raam. Doe dat voor je vertrekt, zodat je zicht vanaf het begin vrij is.

Mist

Bij dichte mist verlaag je je snelheid sterk en vergroot je je afstand. Gebruik dimlicht. Mistlampen zijn enkel toegelaten onder bepaalde omstandigheden, dus kijk na wanneer je ze mag gebruiken. Rij niet te dicht achter de achterlichten van de wagen voor je, en laat je niet meetrekken door de snelheid van anderen.

Laagstaande zon en tegenlicht

Vooral in de ochtend en de avond kan de zon je verblinden. Zet je zonneklep neer en draag eventueel een zonnebril. Kijk niet rechtstreeks in de zon. Verlaag je snelheid wanneer je even niets ziet en let extra op voetgangers en fietsers, die in tegenlicht moeilijker zichtbaar zijn. Een vuile voorruit maakt het erger, dus zorg dat die ook van binnen schoon is.

In het donker

In het donker is je zicht beperkt. Gebruik je verlichting correct en pas je snelheid aan aan wat je kunt overzien. Let op voetgangers zonder verlichting of reflecterende kleding, en op fietsers zonder licht. Kijk verder vooruit dan je denkt nodig te hebben.

Regen in de stad

In stedelijke omgeving werkt regen op meer manieren tegen je. Voetgangers lopen sneller en kijken minder op, paraplu's beperken hun zicht en fietsers dragen soms regenkledij die hun gehoor en zicht beperkt. Wees extra alert bij zebrapaden en kruispunten. Het wegdek kan ook glad zijn door bladeren, tramsporen of wegmarkeringen.

Wat de examinator wil zien

Een examinator verwacht geen perfecte omstandigheden, wel dat je er verstandig mee omgaat. Dat betekent tijdig je snelheid verlagen, een grotere volgafstand houden, verlichting en ruitenwissers correct gebruiken en extra observeren in situaties met beperkt zicht. Wie dat doet, maakt zelfs een betere indruk dan iemand die in perfecte omstandigheden rijdt.

Een korte checklist

Voor je vertrekt: ruitenwissers werken en laten geen strepen, ruiten zijn schoon, verlichting aan, ventilatie goed ingesteld en spiegels helder. Bedenk ook dat je onderweg meer tijd nodig hebt. Wie vertrekt met de gedachte dat hij sowieso vlot wil rijden, neemt sneller risico's dan wie rustig plant.

Oefenen onder moeilijke omstandigheden

Als je ervaring hebt en het veilig is, kun je met je begeleider ook bij regen een oefenrit doen. Begin met een rustige route en bouw op. Bespreek achteraf waar je meer afstand had moeten houden of eerder had kunnen remmen. Zo ben je minder verrast als het op de examendag toevallig regent.

Wat als het examen wordt verplaatst?

Bij extreme weersomstandigheden kan een examen worden uitgesteld. Informeer je bij het examencentrum over hun beleid en volg hun aanwijzingen. Rij niet zelf naar het centrum wanneer de omstandigheden gevaarlijk zijn zonder eerst contact op te nemen.

Het verschil tussen remmen op droog en nat wegdek

Het helpt om een gevoel te krijgen voor hoeveel langer je remweg bij regen is. Op nat wegdek heb je merkbaar meer afstand nodig om tot stilstand te komen, en die afstand wordt nog groter naarmate je sneller rijdt of je banden slechter zijn. Je kunt dat zelf ervaren op een lege, veilige parking: rem rustig vanaf een lage snelheid op droog en op nat wegdek en let op het verschil in afstand en gevoel. Doe dit nooit op een openbare weg met verkeer.

Het leert je iets wat geen regel kan overbrengen: dat je bij regen niet enkel trager moet rijden, maar ook vroeger moet beginnen met afremmen. Dat is precies wat een examinator wil zien.

Wat je anders doet bij het afslaan en aanzetten

Ook je handelingen worden zachter. Je stuurt gelijkmatiger, je geeft voorzichtiger gas bij het wegrijden en je remt zachter. Ruwe bewegingen zijn op nat wegdek een risico omdat de grip beperkt is. Vooral bij het wegrijden op een kruispunt met tramsporen of dikke wegmarkeringen is rustig gas geven belangrijk.

Een rustige rit als oefening

Plan, als je ervaring hebt, een rit bij lichte regen op een bekende route. Let enkel op drie dingen: je volgafstand, je remgedrag en je zicht. Vraag je begeleider om op die drie punten te letten en achteraf feedback te geven. Zo ontdek je zonder druk hoe je je rijstijl aanpast, en kun je dat op de dag van het examen zelfverzekerd toepassen.

Slecht weer is geen reden om bang te zijn voor je examen. Wie weet wat er verandert en zijn rijstijl aanpast, rijdt veilig, ook bij regen. Rij rustig, houd afstand en geef jezelf ruimte om te reageren.

Meer artikelen