De beste voorbereiding voor je rijexamen
Gratis-Examenroutes.be
← Terug naar blogs

Dode hoek controleren op je praktijkexamen

· 6 min leestijd · Thomas Wolten

Veel ongevallen met fietsers en motorrijders beginnen bij een gemiste blik over de schouder. Zo controleer je de dode hoek, ook op je praktijkexamen.

De dode hoek controleren bij het rijden
In dit artikel
  1. Wat de dode hoek is
  2. Je spiegels goed instellen
  3. Wanneer controleer je hem?
  4. De juiste volgorde
  5. Laat zien dat je kijkt
  6. Waar het vaak misloopt
  7. Oefenen zonder druk
  8. Een gewoonte voor het leven
  9. Voertuigen met een grotere dode hoek
  10. Motorfietsen en fietsen: smal en snel
  11. Een korte oefening met je begeleider
  12. Spiegelinstelling en zithouding
  13. Camera's en sensoren zijn geen vervanging

Een fietser rijdt rustig rechts naast je wagen, precies op de plaats waar je geen spiegel naartoe richt. Je zet je richtingaanwijzer aan, begint af te slaan, en op dat moment gaat het mis. Het is een scenario dat verkeersopvoeders al jaren aanhalen, en het verklaart waarom de dode hoek op het praktijkexamen een vast aandachtspunt is.

Wat de dode hoek is

De dode hoek is de zone naast en schuin achter je voertuig die je niet ziet in je binnen- of buitenspiegels. Bij een gewone personenwagen ligt hij ongeveer ter hoogte van je achterportieren. Een fiets, bromfiets of motor kan daar volledig uit beeld verdwijnen, ook wanneer hij vlak naast je rijdt. Bij bestelwagens en vrachtwagens is de zone veel groter, wat verklaart waarom je extra voorzichtig moet zijn wanneer je zo'n voertuig voorbijrijdt of ernaast rijdt.

Het gevolg is simpel: enkel je spiegels gebruiken is niet genoeg. Wie wil weten wat er zich naast zijn wagen bevindt, moet even over zijn schouder kijken.

Je spiegels goed instellen

Een correcte spiegelinstelling verkleint de dode hoek en maakt je schoudercontrole gemakkelijker. Doe dat voor je vertrekt, in rust. Je binnenspiegel stel je zo in dat je het volledige achterruit ziet zonder je hoofd te draaien. Je buitenspiegels richt je zo dat je net nog een stukje van je eigen wagen ziet, maar vooral de weg naast en achter je. Veel bestuurders zetten hun buitenspiegels te veel naar binnen, waardoor ze vooral hun eigen auto zien en weinig verkeer. Controleer ook of je spiegels schoon zijn: een beslagen of vuile spiegel maakt alles lastiger.

Wanneer controleer je hem?

Telkens je zijdelings beweegt. Dat betekent bij het wegrijden van de stoeprand of een parkeerplaats, bij het wisselen van rijstrook, bij het invoegen, bij het inhalen en terugkeren naar je strook, en bij het afslaan. Vooral rechts afslaan verdient extra aandacht, omdat daar fietsers en bromfietsers naast je kunnen rijden zonder dat je het merkt.

De juiste volgorde

Een vaste volgorde zorgt dat je niets vergeet. Je kijkt eerst in je binnenspiegel, dan in de buitenspiegel aan de kant waar je heen wilt. Je geeft richting aan, zodat anderen weten wat je van plan bent. Daarna volgt een korte blik over je schouder, aan dezelfde kant. En pas dan beslis je: is het veilig, dan voer je de beweging uit, anders wacht je.

De schoudercontrole is bewust kort. Je wilt niet te lang van de weg voor je wegkijken. Een snelle, doelgerichte draai van het hoofd volstaat.

Laat zien dat je kijkt

Op het examen telt niet alleen dat je kijkt, maar ook dat de examinator het kan zien. Een zichtbare hoofdbeweging is daarom geen overbodige luxe. Wie enkel met zijn ogen in de spiegel kijkt, wekt snel de indruk niet te hebben gecontroleerd, ook als hij het wel deed.

Waar het vaak misloopt

De meest voorkomende fout is dat de schoudercontrole helemaal wordt overgeslagen en men uitsluitend op de spiegels vertrouwt. Daarnaast zie je kandidaten die te laat controleren, pas wanneer ze al beginnen te sturen, en kandidaten die de controle enkel bij het wegrijden uitvoeren en vergeten bij rijstrookwissels of afslagen. Sommigen kijken dan weer zo lang over hun schouder dat ze enkele meters blind vooruit rijden. Een korte blik volstaat.

Ook fietsers worden vaak onderschat. Ze zijn gemakkelijk over het hoofd te zien en kunnen sneller zijn dan je denkt, zeker met elektrische ondersteuning.

Oefenen zonder druk

Ga met je begeleider op een rustige parking staan en laat hem of haar rond je wagen lopen of fietsen. Je ziet zelf hoe snel iemand in je dode hoek verdwijnt, en dat inzicht blijft hangen. Oefen daarna op een rustige weg de volgorde: spiegel, richting, schouder, beslissen. Het helpt om bij elke zijdelingse beweging luidop te benoemen wat je doet ("spiegel links, richting, schouder, vrij"). Het voelt in het begin vreemd, maar het houdt je gedisciplineerd en laat je begeleider horen of je de stappen in de juiste volgorde zet.

Een gewoonte voor het leven

Voertuigen met een grotere dode hoek

De dode hoek van een personenwagen is aanzienlijk, maar die van een vrachtwagen of bus is veel groter, onder meer aan de rechterzijde en vlak voor en achter het voertuig. Als je fietst of in een auto naast zo'n voertuig rijdt, ben je er dus mogelijk volledig uit beeld. De praktische les: blijf niet naast grote voertuigen hangen en kies bij een kruispunt een positie waarin de bestuurder je kan zien, of wacht tot hij vertrokken is.

Vanuit je eigen wagen betekent dit dat je extra voorzichtig bent wanneer je een grote wagen voorbijrijdt. Doe dat in één vloeiende beweging en blijf niet in zijn dode hoek rijden.

Motorfietsen en fietsen: smal en snel

Motorfietsen zijn smal en kunnen snel naderen. Ze verdwijnen gemakkelijk in je dode hoek, en wie in je spiegel kijkt, ziet soms enkel één koplamp op afstand die plots dichtbij blijkt. Dat maakt de schoudercontrole bij rijstrookwissels zo belangrijk. Hetzelfde geldt voor fietsers en bromfietsers die tussen stilstaande auto's door rijden en bij het wegrijden of afslaan plots naast je opduiken. Wie weet dat dit soort weggebruikers bestaat en zich onopvallend gedraagt, kijkt automatisch beter.

Een korte oefening met je begeleider

Zet je wagen stil op een rustige parking en vraag je begeleider om op verschillende plaatsen naast de wagen te gaan staan: ter hoogte van je achterportier, iets verder naar achter, iets verder naar voren. Kijk telkens in je spiegels en noteer wanneer je hem ziet en wanneer niet. Draai daarna je hoofd over je schouder en bekijk wat je dan wel ziet.

Je zult merken dat er plaatsen zijn waar iemand in geen enkele spiegel zichtbaar is. Dat inzicht blijft veel beter hangen dan welke uitleg ook.

Spiegelinstelling en zithouding

Een betere instelling kan je dode hoek merkbaar verkleinen. Zit rechtop, met je rug tegen de rugleuning, en stel je spiegels in vanuit die houding. Wie zijn zithouding later verandert, verandert onbewust ook wat hij in zijn spiegels ziet. Controleer daarom na een lange rit of een pauze opnieuw je instelling.

Camera's en sensoren zijn geen vervanging

Sommige wagens hebben dodehoekdetectie of camera's. Ze zijn een handig hulpmiddel, maar je kunt er niet blind op vertrouwen, en op het examen moet je tonen dat je zelf observeert. Gebruik ze als aanvulling, niet als vervanging van je schoudercontrole.

De schoudercontrole is geen examentruc. Ze blijft nuttig lang nadat het examen achter de rug is, en wie ze nu aanleert, rijdt ook later veiliger. Het kost je een seconde. Dat is weinig, vergeleken met wat er op het spel staat als je een fietser of motorrijder mist.

Meer artikelen